Oedeemtherapie

Ons lichaam produceert weefselvocht (lymfe). Via lymfe kunnen stoffen van en naar onze cellen vervoerd worden. Er is dus altijd aanvoer en afvoer van lymfe. De afvoer van de lymfe vanuit armen en benen gebeurt via de lymfeklieren in de oksels en de liezen. Zijn deze klieren verwijderd of door bestraling beschadigd, dan verloopt de afvoer minder goed. Er kan zich vocht in een arm of been ophopen ( =lymfoedeem) als de klieren zijn verwijderd op beschadigd zijn door bestraling.

Lymfbanen hebben eigen spiertjes die ”pompend” werken. Door deze pompende werking wordt het lymfvocht als het ware vooruit geduwd. Door kleine klepjes in de lymfbanen wordt voorkomen dat de lymfe terugstroomt.

Lymfeklierpakketten bevinden zich in:

  • de hals,
  • oksels,
  • langs de luchtpijp,
  • bij de longen,
  • bij de darmen en achterin de buikholte,
  • in de bekkenstreek en in de liezen.

Wat is oedeem?

Oedeem is een abnormale ophoping van vocht in het weefsel als gevolg van een verstoord evenwicht tussen aanvoer en afvoer van vocht. Er zijn verschillende vormen van oedeem, afhankelijk van de oorzaak.

Enkele veel voorkomende vormen van oedeem zijn:

  • Lymfoedeem (nadat lymfklieren verwijderd zijn door een operatie of als complicatie van bestraling)
  • veneus oedeem (als vervolg van trombose of operatie van bloedvaten)
  • traumatisch oedeem (na een ongeval)
  • primair lymfoedeem
  • lipoedeem
  • oedeem na oncologische ingrepen
  • secundair oedeem na andere operaties
  • tertiair na bestralingen of chemokuur of medicijnen

Welke therapiemogelijkheden zijn er?

De therapie bestaat uit een combinatie van verschillende behandelmogelijkheden:

Compressietherapie
Door middel van het aanleggen van bandages wordt van buiten af een continue druk aangebracht die het uittreden van vocht tegengaat en de afvoer van lymfe ondersteunt. De bandages worden aangelegd als er nog geen stabiele situatie in de waterhuishouding is bereikt. Wanneer de omvang van de arm of het been stabiel is, kan een therapeutische elastische kous worden aangemeten.

Oefentherapie
Een belangrijk component van de afvoer is de ”spierpomp”. Tijdens het aanspannen van de spieren (vooral in de benen) worden de aders en lymfebanen even dicht gedrukt en worden het bloed en lymfe omhoog gestuwd. Doordat in de aders en lymfebanen klepjes aanwezig zijn, kan het bloed en vocht alleen maar naar boven richting het hart gaan.

Manuele lymfedrainage
Manuele lymfedrainage is een techniek waarbij de oedeemtherapeut probeert, door een zachte pompende beweging, de vochtopname door de lymfvaten te stimuleren en het functioneren van goede vaten te bevorderen. Met specifieke handgrepen wordt de eigen beweeglijkheid van het lymfvatensysteem geactiveerd en gestimuleerd (de ”lymfvasomotoriek”) wat de afvoermogelijkheden van lymfe doet vergroten. Hierdoor kan er meer lymfe worden afgevoerd.

Oedeem- en fibrosegrepen
Oedeem- en fibrosegrepen zijn speciale handgrepen die de therapeut toepast bij bepaalde ”stijfheid / hardheid” van het lymfoedeem. Door middel van oedeemgrepen kan lymfvocht door het weefsel heen worden geleid naar een plaats waar het gemakkelijker wordt opgenomen. Met fibrosegrepen kan verhard weefsel (”fibrose”) soepeler worden gemaakt.

Lymftaping
In bepaalde situaties kan van deze nieuwe behandelingtechniek gebruik gemaakt worden.

lymphatic system

Lymfevaten stelsel